Angst

Angst. Is het ergens goed voor?

Wat is angst? Is het alleen negatief of zitten er positieve kanten aan? Wanneer wordt angst een probleem en hoe ga je daarmee om?

Angst is een van de vier basisemoties, de 4 B’s: Bang, Boos, Blij, Bedroefd. Deze emoties heten basisemoties omdat iedereen ze vanaf baby af aan herkent op het gezicht van een ander. Bang zijn is nuttig voor de overleving. Het is goed dat je bang bent voor een aanstormende auto en opzij springt. Angst maakt je voorzichtig.

Angst is een emotie die van binnenuit gestuurd wordt. Een voorbeeld: hoor je midden in de nacht een pan van het aanrecht vallen en ben je alleen in huis, dan kan de paniek toeslaan. Heb je echter een kat in huis die de gewoonte heeft op het aanrecht te springen, dan is het waarschijnlijker dat je boos wordt.

Functie van angst

De functie van angst is je voorzichtig te maken. Vanaf je geboorte heeft angst een grote maar afnemende functie. Omdat je als baby totaal afhankelijk bent van je omgeving heb je verlatingsangst: als er niemand in de buurt is om je eten te geven ga je dood. De verlatingsangst gaat over als je hebt geleerd dat mensen uit je zicht kunnen verdwijnen, maar ook weer terugkomen. Je leert een gevoel van veiligheid aan, wat als een filter werkt waardoor je de buitenwereld waarneemt. Word je echter in een onbetrouwbare omgeving of door onbetrouwbare mensen opgevoed, dan kan verlatingsangst blijven bestaan.

Nadeel van angst

Angst beperkt je in je doen en laten. Het is goed als het je terecht voorzichtig maakt; is je angst echter irreëel dan doe je jezelf tekort. Niet kunnen delegeren bijvoorbeeld is gebaseerd op angst. Je moet en zal zelf de controle houden. Voor je het weet belast je jezelf daardoor te zwaar en krijg je een burnout.

Aanleren van angst

Als je als kind niet veel hebt kunnen of mogen experimenteren, kun je een angstig persoon worden. Het kan het gevolg zijn van overbeschermende ouders. Opmerkingen als ‘laat mij dat maar doen, daar ben je niet oud, sterk of handig genoeg voor’, of ‘je gaat toch niet alleen?’, kunnen angst in de hand werken, zeker als angst een probleem is bij meer familieleden.

Angst als stoornis

Er is sprake van een angststoornis als er geen gevaar dreigt en je toch bang bent. Bovendien speelt deze angst al lange tijd en beïnvloedt het je dagelijks leven in ernstige mate en op een negatieve manier.

De angststoornis is, na de depressie, het meest voorkomende probleem in de psychologenpraktijk. Bijna één op de 5 volwassenen lijdt eraan, terwijl het zelden besproken wordt. Een angststoornis is op zich niet erfelijk, maar komt in bepaalde families wel vaker voor. Het is waarschijnlijk dat je een bepaalde kwetsbaarheid erft waardoor je gevoeliger bent dan anderen voor het ontwikkelen van een angststoornis.

Angststoornissen

Er zijn verschillende angststoornissen zoals bijvoorbeeld fobieën. Je bent dan bang voor één bepaalde zaak (spinnen, hoogtes, openbare ruimtes). Hoewel je zelf weet dat het onredelijk is, doe je alles om de angstwekkende situatie te vermijden. Kom je er toch in terecht, dan krijg je een angst- of paniekaanval die zich uit met allerlei lichamelijke symptomen zoals trillen en zweten.

Een gegeneraliseerde-angststoornis heet ook wel piekerstoornis en dat zegt genoeg. Je piekert over alles en iedereen. Je wordt rusteloos en hebt vaak last van concentratie- of slaapproblemen.

Selectief mutisme​ komt het meest bij jonge kinderen voor. Zij kunnen wel praten, maar durven het niet in bepaalde situaties. Thuis praten ze vaak honderduit, maar bijvoorbeeld niet bij vreemden, op school of in winkels.

Afleren van angst of een angststoornis

Of je nu een bepaalde angst die je alleen wat hindert of dwarszit wilt afleren, of je werkelijk aan een stoornis lijdt, het afleren gaat op dezelfde manier. Namelijk door middel van ‘systematische desensitisatie’. Dit betekent het trapsgewijs minder gevoelig maken voor de angst. Lijd je aan een stoornis, dan doe je dit met een psycholoog of psychiater, soms in combinatie met medicijnen. Is het minder erg, dan doe je het zelf met behulp van de mensen om je heen. Bij systematische desensitisatie wordt eerst een reeks van angstwekkende situaties bedacht voor de betreffende persoon. De situaties lopen van weinig angstig naar extreem angstig. Bij een spinnenfobie bijvoorbeeld van het kijken naar van een afbeelding van een spin, tot het laten lopen van een spin op je hand. Kan de eerste situatie zonder angst worden verwerkt, dan wordt verder gegaan met de volgende. Zo leer je omgaan met situaties die bedreigend voor je zijn.

Moed

Het verleden kun je niet meer veranderen. Wat je wel kunt veranderen is hoe je ermee omgaat, en wat je over jezelf en anderen wilt geloven. Wil je je machteloos voelen of moedig worden. Moed is het tegenovergestelde van angst. Moed wil niet zeggen dat je niet bang bent, maar dat je je angsten onder ogen ziet en je er niet door laat leiden. Dat je tegen jezelf zegt: ik vind het spannend maar ik doe het toch!

Vind je deze blog interessant? Dan graag delen!