Een tandarts is een man van 40 met een bril…over hokjesdenken

hokjesdenken anna beeftink

Jaren geleden kwam een vrouw in mijn tandartspraktijk om te solliciteren naar de functie van tandartsassistent. We hadden een heel gesprek over de praktijkvoering en over haar capaciteiten. Aan het eind vroeg ik haar of ze nog vragen had. ‘Ja één vraag’ zei ze, ‘hoe is het karakter van uw man?’ Ik keek haar niet-begrijpend aan. ‘Ja uw man’ vervolgde ze, ‘ik moet tenslotte voor hem gaan werken’. Toen pas begreep ik het, haar beeld van een tandarts lag kennelijk zózeer vast, dat het niet bij haar opkwam dat een tandarts ook een vrouw van 27 kon zijn.

Hokjesdenken begint vroeg

Een vriendin van mij kwam naar de praktijk met haar toen nog kleine dochtertje. Het meisje bleef maar huilen in de wachtkamer en haar moeder wist niet wat er aan de hand was. Op het moment dat de dochter de praktijkkamer binnenkwam riep ze echter: ‘oh….we gaan naar Anna, ik dacht naar de tandarts!’ en het huilen stopte. Nu bleek dat zij van een vriendinnetje had gehoord dat de tandarts heel eng was, daarom moest ze huilen. Toen ze mij echter zag, een vriendin van haar moeder die ze kende van ‘thuis’, was haar angst verdwenen. Ik was zonder het zelf te weten van het hokje ‘tandarts= eng’ verplaatst naar het hokje ‘vriendin= is leuk’.

Wat is hokjesdenken?

Hokjesdenken is iemand op grond van een minimum aan informatie indelen bij een bepaalde groep en vervolgens alle eigenschappen die bij die groep horen ook op deze ene persoon projecteren.

Waar is het goed voor?

Hokjesdenken is een overlevingsmechanisme. Door zwart-wit te denken kun je mensen snel indelen in een bepaalde groep. Hiermee kun je snel een beslissing nemen. Op grond van een minimum aan informatie kun je nagaan of er al dan niet gevaar dreigt. Stel dat er ‘s nachts iemand aan je voordeur rammelt. Aan de gestalte in de schaduw herken je in één oogopslag je partner die zijn voordeursleutels weer eens niet kan vinden, óf je herkent de gestalte niet en belt 112.

Een snelle diagnose

Hokjesdenken is goed voor het snel onderscheid kunnen maken en daarmee je eigen veiligheid bewaren. Hokjesdenken is ook goed om een diagnose te stellen. Veel diagnoses en behandelingen worden tegenwoordig vastgelegd in geautomatiseerde protocollen en dan móet er wel zwart-wit worden gedacht , in de computer is het óf een 1, óf een 0, ‘misschien’ bestaat niet. Voldoe je aan een aantal vastgelegde criteria, dan krijg je de diagnose van een bepaalde ziekte of aandoening. Rode vlekjes bij een kind waarvan het hele klasje waterpokken heeft? Waarschijnlijk waterpokken, maar heel misschien een allergie voor aardbeien! Hokjesdenken brengt het gevaar van tunnelvisie met zich mee.

Waar is het niet goed voor?

Er kleven behalve tunnelvisie nog meer nadelige effecten aan hokjesdenken. We gebruiken het niet alleen als er gevaar dreigt, maar vooral om de wereld om ons heen in te delen in ‘wij’ en ‘zij’. In ‘ingroup’ en ‘outgroup’, zoals dat in de psychologie heet. De ingoup is de groep waartoe je zelf behoort en waaraan je een deel van hun identiteit ontleent. ‘Ik ben student, ik ben arts, ik ben vrouw, ik ben boeddhist, ik ben voetballer, ik ben zanger’. Sommige mensen laten hun volledige identiteit van één groep afhangen, wat niet handig is. Bijvoorbeeld als je moet stoppen met werken en je alleen maar ‘je werk’ bent. (Lees ook: De doodloper). Ingroup en outgroup denken levert niet alleen identiteit, maar geeft ook aanleiding tot discriminatie, racisme en seksisme op het moment dat je vindt dat ‘jouw’ groep beter is dan de andere.

De persoon is meer dan één eigenschap

Nog een nadeel is dat in de medische wereld en in de psychologie een protocol maar al te vaak gelijk gesteld aan de diagnose, de gehele persoon gelijkgesteld aan de eigenschap. De chirurg zegt: ‘ik heb een blinde darm vandaag’, en ontslaat zichzelf daarmee van de noodzaak zich ook met de patiënt die aan de blinde darm vastzit bezig te houden. We zeggen ‘Jantje is een moeilijk lerend kind’ in plaats van ‘Jantje is een leuk jongetje dat graag speelt en veel fantasie heeft en moeite heeft mee te komen op school’. Het eerste is veel gemakkelijker dan het laatste want op de eerste uitspraak past protocol ‘moeilijk lerend kind’, een standaardoplossing, en bij uitspraak 2 is het protocol op zijn hoogst een richtlijn en moet verder worden gekeken wat er bij Jantje past. Dat kost tijd, geld, inlevingsvermogen en ervaring.

De hand boven het hoofd

Door iemand in een hokje te stoppen met een diagnose, kan het gebeuren dat diegene geen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid aanleert. Om weer terug te komen op Jantje, hij gaat in een speciaal klasje en krijgt bijles. Het goede aan het verhaal: zijn ‘stoornis’ is herkend en erkend, Jantje én zijn ouders weten waar zij aan toe zijn en Jantje krijgt een speciaal programma waarmee zijn capaciteiten zo goed mogelijk worden benut. De ouders kunnen hiermee het idee krijgen dat ‘het programma’ hen ontslaat van de verantwoordelijkheid om Jantje op te voeden. Ook Jan zelf kan daar tegenaan lopen als hij na de schooltijd in het bedrijfsleven terechtkomt. Daar hebben ze geen boodschap aan zijn leerprobleem, er moet worden gepresteerd. Helaas heeft Jan dat niet geleerd. Hij is gewend dat hij wordt geholpen omdat hij een aandoening heeft, hij raakt daar gemakkelijk mee in een slachtofferrol.

Selffulfilling prophecy

Veel hokjes worden op die manier een selffulfilling prophecy: je gaat je gedragen naar het hokje waarin je jezelf hebt geplaatst en dat is een beperking. Aangeleerde hulpeloosheid is hiervan een schrijnend voorbeeld. Mevrouw Jansen komt uit een gezin dat het niet breed had, zij heeft niet de mogelijkheid gehad verder te leren na de lagere school. Zij heeft zichzelf het stempel ‘dom’ opgeplakt en denkt er niet over na om hier iets aan te veranderen. Ze is dom…punt. Omdat ze hier zelf in is gaan geloven onderneemt ze geen actie om haar situatie te veranderen. Met als gevolg dat haar eigen gebouwde hokje haar beperking is geworden.

Goede en slechte kanten

Om het hokjesdenken samen te vatten: het is een ingebouwd beschermingsmechanisme dat ons mogelijk maakt snel te reageren om te kunnen overleven, noodzakelijk als je op welke wijze dan ook in gevaar bent. Als je daarmee echter klakkeloos groepseigenschappen op een individuele persoon projecteert of de persoon simplificeert tot één enkele eigenschap, ben je verkeerd bezig.

Vind je deze blog interessant? Dan graag delen!